Op zoek naar informatie of nieuwtjes? Snel even googelen…

google

Ik googel, jij googelt, iedereen googelt

Wanneer je het werkwoord “googelen” even… googelt kom je al snel op een wikipediapagina terecht die je de volgende informatie geeft:

Googelen of googlen is volgens de Dikke van Dale het zoeken naar informatie op Internet. De werkwoorden worden met een kleine letter g geschreven. Het Amerikaanse bedrijf Google is het echter niet eens met deze uitleg en stelt dat het alleen kan met gebruik van de zoekmachine Google. Omdat Google de meestgebruikte zoekmachine is, wordt googelen sterk gerelateerd aan Google, waar het werkwoord zijn herkomst aan dankt.

‘Het is belangrijk dat we ons merk beschermen. Als mensen spreken over googelen willen we zeker weten dat ze bedoelen zoeken met Google en niet met een andere zoekmachine’, zei merkrechtadvocaat Rose Hagan van Google op 15 augustus 2006.”

Je zou je kunnen afvragen of bovenstaande klacht van het Amerikaanse bedrijf Google eigenlijk wel nodig is. Voor vele mensen staat informatie zoeken op het internet namelijk gelijk aan informatie zoeken via de zoekmachine Google. Hoewel er heel wat zoekmachines bestaan, zijn er maar weinig goed gekend door het brede publiek, en geen enkele zoekmachine is zo goed gekend of wordt zo vaak gebruikt als Google.

comscore-september-line

Bovenstaande tabel, uit een artikel op de media- en technologiewebsite techcrunch.com, illustreert de gigantische voorsprong van Google op andere bestaande zoekmachines. In de Verenigde Staten worden zo’n 66% van de zoekopdrachten uitgevoerd via Google. Ook bij ons is dit niet anders. Google is wereldwijd de meest gebruikte zoekmachine, die de concurrentie steeds ver achter zich laat.

Ook journalisten googelen

Het onderzoek van Machill, Beiler en Gerstner toont aan dat het internet een belangrijke journalistieke tool geworden is. Het nieuwsgarings- en onderzoekingswerk van de door hen ondervraagde (Duitse) journalisten wordt voor bijna de helft (47%) via de computer en het internet uitgevoerd. Machill en co stellen ook vast dat het internet en/of computergestuurde research tools zeer efficiënt bevonden worden voornamelijk omdat ze tijdsbesparend werken. Ze stellen namelijk vast dat computergestuurde research tools vaker en voor minder lange periodes gebruikt worden dan de traditionele research tools.

Volgens Machill, Beiler en Gerstner zijn zoekmachines vandaag de dag de allerbelangrijkste en vaakst gebruikte computergestuurde research tools voor journalisten. Uit hun onderzoek blijkt dat ook onder journalisten Google de meest gebruikte zoekmachine is: “Google accounts for 90.4 of the frequency of the search-engine research.” Machill en co zijn er echter niet van overtuigd dat deze evolutie de journalistiek geheel ten goede komt:

“Search engines are by far the most important research tools. Almost half of the research actions (43.7 percent) relating to searches for additional sources by journalists are influenced by search engines. Consequently, search engines in general and Google in particular have a decisive effect on the entire course of research, at least within the area relating to scope-extension research.”

In hun onderzoek stellen Machill en co dan ook volgend fenomeen vast: “the Google-ization of [journalistic] research”. Volgens hen houdt het gebruik van zoekmachines (en eigenlijk ook het van internet in het algemeen) vaak het risico in dat een vervorming van de realiteit optreedt. Deze vervorming is het gevolg van de manier waarop zoekmachines werken:

“A distortion of reality can occur during the use of search engines in particular because their ranking and updating algorithms are highly selective: certain websites – and, as a result, the information and opinions contained there – have no chance of being listed in perceptible ranking positions. In addition, numerous sites are only updated by search engines on an irregular basis (Lewandowski, Wahlig and Meyer-Bautor, 2006).”

Het fenomeen “Google-ization” slaat dan nog eens op het feit dat doorgaans enkel beroep wordt gedaan op één bepaalde zoekmachine (van één bepaalde corporatie die ook steeds een eigen “agenda” heeft) waardoor het probleem van de vervorming van de realiteit enkel versterkt wordt: “These problems are amplified by search engines as a result of the risk posed by dependence on a single search engine (‘Google-ization’).”

Hoewel bijna alle ondervraagde journalisten het internet beschouwen als nuttig en noodzakelijk voor hun werk, stellen Machill, Beiler en Gerstner ook vast dat een grote meerderheid van diezelfde journalisten zich bewust is van mogelijke problemen die het internet heeft geïntroduceerd binnen de journalistiek:

“79.1 percent agree in full or in part that the pressure on journalists to be up-to-the-minute has increased as a result of the Internet, 61.3 percent state that, due to the Internet, the selection of information is more important than the acquisition of new information and 53.6 percent that journalistic quality suffers as a result of everyone being able to disseminate information via the Internet.”

Ten slotte, stellen Machill en co vast dat de ondervraagde journalisten zoekmachines als essentiële tools voor hun werk beschouwen omdat deze “rapid and cost-effective research” mogelijk maken. Tegelijkertijd geven de meeste van diezelfde journalisten ook aan dat ze niet geloven dat zoekmachines neutrale zoekresultaten opleveren.

Het onderzoek van Machill, Beiler en Gerstner onthult dus een zekere discrepantie tussen de persoonlijke mening van journalisten over het internet en zoekmachines als Google en hun gebruik van deze tools voor professionele doeleinden. Bijgevolg besluiten Machill en co dan ook dat “the dominant attitude towards these research tools is one of pragmatism.” Als meest waarschijnlijke oorzaak van deze pragmatische houding wijzen Machill en co naar de hoge werk- en productiedruk en de economische problemen binnen de journalistieke sector. Opmerkelijk is ook dat deze problemen binnen de journalistieke sector net voor een groot deel veroorzaakt werden door de komst van het internet.

Bronnen

[1] Machill, M., Beiler, M. & Gerstner, J. (2008). “How do journalists do research on the internet?” Conference Papers – International Communication Association, 2009 Annual Meeting: 1-27.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s