Digitale democratie of nie(t)?

De komst van het internet zorgde voor zo grote veranderingen in onze samenleving dat het al snel kon rekenen op zowel fervente voorstanders (utopisten genaamd) en fervente tegenstanders (neo-luddisten genaamd). De utopisten loven het internet en de nieuwe media omwille van hun inherente democratische eigenschappen. [1] Zij introduceerden de idee dat het internet zou leiden tot grotere politieke participatie en het pad zou effenen voor de ideale vorm van democratie, namelijk directe democratie. Dit is ook waar de term digitale democratie naar verwijst, “het gebruik van nieuwe media voor het verhogen van politieke participatie.” [2]

digital democracy

Maar is het internet in staat om deze hoge verwachting ook echt te vervullen?

Nieuwe media: democratische troeven

Volgens Hindeman zijn nieuwe media democratisch omdat ze de politieke stem van de gewone burger op allerlei manieren verspreiden en versterken. [1] De komst van het internet gaat namelijk gepaard met een grotere en vlottere toegang tot informatie, de mogelijkheid tot open en vrije discussie op grotere schaal en de mogelijkheid tot makkelijker en vlotter contact tussen verschillende personen of partijen. Al deze elementen kunnen bijdragen tot het verhogen van politieke participatie. Zo is dankzij het internet een vlotter en groter contact tussen de overheid en het volk mogelijk. De overheid kan het internet gebruiken om sneller belangrijke informatie te verspreiden onder het volk. Het volk kan ook gebruik maken van het internet om met de overheid in contact te komen of zelfs om met de overheid te discussiëren en overleggen. Het internet draagt, zoals Vineet Kaul zegt, bij tot meer transparantie in de politieke processen, en deze grotere transparantie kan de drempel tot politieke participatie verlagen.

Nieuwe media: democratische proeven

Hoewel Vineet Kaul ervan overtuigd is dat de grotere en vlottere toegang tot informatie via het internet gezorgd heeft voor meer transparantie in politieke processen, is hij er niet van overtuigd dat het internet automatisch leidt tot een verhoging van politieke participatie in de maatschappij.

Ten eerste bemerkt hij dat de overvloed aan informatie op het internet ook een negatief effect kan hebben. Het kan zorgen voor meer inzicht en begrip, maar ook kan het overweldigend en verdovend werken: “New media pacifies the public with an abundance of information, denying any practical and agentive political action.” Ook bendrukt Kaul dat het internet niet enkel bol staat van “information”, maar ook van “misinformation”. In tegenstelling tot de traditionele media, staan de nieuwe media toe dat foutieve informatie vaak ongecontroleerd kan circuleren.

Ten tweede stelt Kaul vast dat de vlottere communicatiemogelijkheden, en ook zeker de participatiemogelijkheden, die het internet biedt nog niet ten volle benut worden door overheden. Hij stelt met andere woorden dat de zogenaamde “e-government”, de overheid die gebruikt maakt van het internet en allerhande nieuwe media, nog heel wat tekortkomingen heeft:

“[S]o far, the internet’s civic potential has been greater than its reality. Although a number of innovative initiatives have been developed, the internet has not yet become an ordinary tool for public participation in the political sphere.”

In The Economist deelt men diezelfde mening. In een speciaal rapport over technologie en de overheid wordt geschreven dat “e-government has barely begun to scratch the surface of what is possible.” Vele inspanningen met betrekking tot “e-governance” worden door The Economist als te oppervlakkig bevonden:

“Giving out politicians’ personal e-mail addresses does not make them any more likely to read the result. Gordon.brown@no10.gsi.x.gov.uk, or president@whitehouse.gov make the recipients seem more accessible, but the message will probably be answered by a computer.”

Ook bovenstaand filmpje, dat het proces van “e-governance” probeert uit te leggen, illustreert de nog bestaande tekortkomingen van dat proces. In dit filmpje wordt “e-governance” duidelijk gezien als het wegwerken van de rompslomp en omslachtige processen die papieren (een niet elektronisch medium) met zich meebrengen. Het wegwerken van die elementen die politieke participatie volgens Kaul in de weg staan – namelijk ontoereikende educatie van burgers, lusteloosheid van burgers en ontoereikend contact tussen burgers en hun politieke vertegenwoordigers – lijken op dit moment dus nog minder aan de orde.

Ten slotte vestigt Kaul de aandacht op een probleem dat ook op grotere schaal digitale democratie in de weg staat, namelijk het probleem van de digitale kloof tussen rijk en arm, hoogopgeleid en minder hoogopgeleid, etc. Zo toont de studie van Jen Schradie, een doctoraatstudente sociologie aan de UC Berkeley, aan dat tot op heden het internet voornamelijk beschikbaar  is voor en gebruikt wordt door mensen van een hogere socio-economische status. Hoe hoger opgeleid hoe beter en vaker men het internet blijkt te kunnen gebruiken.

Studie Schradie

Bronnen

[1] Kaul, Vineet. (2012). “Are new media democratic?” Global Media Journal 5.1: 1-19.

[2] Verschooten, Chris. (2012). Nieuwe media en democratie: naar een democratisch Utopia? [powerpoint]. Brussel: Hogeschool-Universiteit Brussel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s